Reisverslag van onze 5-daagse trip naar the Farnes. Deel 1: St. Abbs Head in Schotland

Na al twee keer met de weekendtrip van Deltasafari.nl te zijn meegeweest naar the Farnes, wilden we weleens wat langer op de eilanden verblijven. Met de weekendtrip mag je tenslotte maar één uur op het eiland Innerfarne doorbrengen en met de 5-daagse 2 uur op Innerfarne en 2 uur op Staple Island, plus een sunset-cruise rond de eilanden. De beslissing was dus snel gemaakt en met onze vrienden, Henk en Henry, hebben we deze reis geboekt. Vanaf november 2014 uitgekeken naar deze trip en op 24 juni was het eindelijk zover. De weersvoorspellingen waren gunstig, we hadden er zin in!

Woensdag 24 juni om half 4 ingecheckt op de King Seaways van DSDF. Na een korte breefing van Marko van Delta Safari en een interessante lezing van de gids Michaël wisten we wat ons te wachten stond de komende dagen.

IMG-20150630-WA0005

Michaël heeft een mooie ppt gemaakt

Daarna hebben we ons vermaakt op het seaview-dek. Om 21 uur hadden we een gezamenlijk dinerbuffet, waarvan we gesmuld hebben. Na een afsluitend biertje/cider/wijntje in de bar hebben we onze hut opgezocht. Na een rampzalige, erg korte nacht (de hut was bloedheet, de boot deinde behoorlijk, alles kraakte in de hut en tot overmaat van ramp hadden we een buurman die groot fan was van Elvis en de hele nacht meezong met zijn Elvis-cd) stonden we, ietwat geradbraakt, om 5 uur ’s ochtends alweer op het dek. Hopende op een mooie zonsopkomst en wie weet dolfijnen. Er waren al meer mede-reizigers op het dek en met z’n allen speurden we de zee af naar dolfijnen en zeevogels. De zon kwam op en de eerste jan-van-genten vlogen voorbij. Ineens was er rumoer aan dek en jawel hoor…witsnuit-dolfijnen achter de boot! Wow, wat was dat gaaf!

(Klik op de foto’s voor een groot formaat)

De witsnuitdofijn is een middelgrote, zwaargebouwde, bonte dolfijn. De sikkelvormige rugvin is hoog en opvallend. Kenmerkend is het lichtgrijze rugzadel en de lichtgrijze veeg over de flank die onder de rugvin langs omhoog loopt tot over de kop ter hoogte van het blaasgat. Witsnuitdolfijnen hebben een korte, wittige (maar soms ook grijze!) snuit, zwarte flippers en rugvin en een zwarte staart. Volwassen dieren hebben een gemiddelde lengte van ongeveer 2.40 meter (minimaal 1.2m, maximaal 3m). Witsnuitdolfijnen zijn onstuimige zwemmers en surfen graag op boeggolven van schepen, maar meestal niet veel langer dan enkele minuten. De witsnuitdolfijn is een soort van open zee. Ze komen in het Noordelijk halfrond voor in wateren met temperaturen tussen de 6 en 20 graden Celsius. In de Noordzee is het veruit de talrijkste dolfijnensoort. Vooral op 10 tot 50 km afstand van de kust is deze het meeste waar te nemen. Tijdens de voortplantingsperiode (mei-september) zwemmen witsnuitdolfijnen dan ook door de meer voedselrijke delen van de Noordzee. Over het algemeen liggen deze in het Britse deel van de Noordzee, waarvan de grootste aantallen zich in Schotse wateren ophouden, maar soms zie je ze ook voor de Nederlandse kust. In de Noordzee bestaat het grootste gedeelte van hun voedsel uit makreel, haring, kabeljauw, wijting en inktvis.

Om 7 uur hebben we even snel, maar heerlijk ontbeten, om daarna gauw weer aan het seaview-dek te gaan staan. We wilden niets missen. Naast de vele jan-van-genten, zeekoeten en meeuwen zagen we nog wel bruinvissen, maar helaas geen dolfijnen meer. Om ongeveer half 11 waren we in de haven van Newcastle, Upon-Tyne. Het voelde vertrouwd om deze haven nu al voor de derde keer binnen te varen. Gauw de bagage gepakt en van de boot af. Opvallend was dat bij de douane zwaar bewapende politieagenten rondliepen, dit had ik hier nog niet eerder gezien. Buiten stond de bus al op ons te wachten en reden we in anderhalf uur door het prachtige landschap naar St. Abb’s Head in Schotland, net over de grens.

IMG-20150630-WA0010

Eerst hebben we wat gegeten en gedronken in de haven van St. Abb’s, een klein, lieflijk vissersdorpje. We vermaakten ons in het dorp met de pullen van de zilvermeeuw die daar op de daken broeden. Ook had je in het dorpje een prachtig uitzicht over de baai en de kliffen. Op de kliffen van St. Abb’s Head broeden o.a. noordse stormvogels, kuifaalscholvers, zeekoeten, alken, drieteenmeeuwen en 4 paartjes papegaaiduikers. Bovenop de kliffen, op het glooiende landschap vind je o.a. de veldleeuwerik, graspieper, geelgors, fazant en de rouwkwikstaart. Deze laatste vogel komt hier algemeen voor. De gewone witte kwikstaart zoals wij hem kennen is vrij zeldzaam hier. In tegenstelling tot onze witte kwikstaart die wegtrekt in de winter, overwintert de rouwkwikstaart (door Henk algauw de funeral wagtail genoemd) gewoon in Engeland. Ook vind ik de vogels hier minder schuw als bij ons in Nederland. Je kon een grote rondwandeling maken, maar wij zijn voornamelijk langs de kliffen gebleven. Wat een vergezichten, ongelooflijk mooi! Het weer was af en toe een beetje regenachtig, afwisselend met zon en wolken, maar een heerlijke zachte temperatuur. Hieronder een korte impressie van dit betoverend mooie gebied.

(Klik op de foto’s voor een groot formaat)

Hieronder een filmpje va het landschap

Om 4 uur zijn we naar ons hotel in Seahouses gereden, de Bamburgh Castle Inn (http://www.bamburghcastlehotel.co.uk/) . Een schitterend hotel met uitzicht op de Farne Eilanden. Na het inchecken hebben we wat door het haventje van Seahouses gewandeld. Hier zijn altijd veel spreeuwen en eidereenden te vinden.

(Klik op de foto’s voor een groot formaat)

De eiders hadden jongen en kwamen direct  op ons af.

Hier een filmpje van de schattige eiders:

Een gedeelte van onze groep is meegegaan met de sunset-cruise. Maar omdat het nogal bewolkt was, zijn wij lekker gaan eten in het hotel en hebben we daarna een biertje en cider gedronken in het hotel. De sunset-cruise was om 9 uur weer terug in het hotel en ze zaten nog maar net aan het bier enthousiast te vertellen wat ze allemaal gezien hadden of Eva, de reisleider riep hard: “dolfijnen!”. En ja hoor, diverse groepen tuimelaars zwommen net voor de kust langs, schitterend om te zien. Daar moest natuurlijk op geproost worden.

Deel 2 van deze blog zal gaan over de Farne Isles